Chaos en orde, ik kan niet zonder

Over hoe het stratenplan van New York/Manhattan is ontstaan bestaan diverse verhalen. Een bron beweert dat het is afgeleid van de verkaveling in de Beemster. Dat blijkt uiteindelijk toch niet waar te zijn. Hoe dan ook, een van de woorden die in mij op kwam toen ik aan dit blog begon was symmetrie. Als rechte en robuuste lijnen die van geen afwijken weten, lopen de straten bijna symmetrisch en ordelijk naast en door elkaar. Met kaarsrechte gebouwen die als blokkendozen langs de weg staan. Dat herinnerde ik me in ieder geval nog van mijn eerste bezoek aan de stad, 23 jaar geleden.

Inmiddels heb ik ervaren dat mijn herinnering nog steeds klopt. En de rechtlijnigheid heeft mij in mijn zwerftocht door de stad echt geholpen, omdat ik geen enkele keer verdwaald ben. Het grid van Manhattan en het voorspelbare metro-systeem zijn zo gemakkelijk dat een blind paard de weg nog zou kunnen vinden. Geen ingewikkelde namen die je moet onthouden, maar gewoon nummeren en bepalen of je, East, West, Down-, Mid-, of Uptown moet zijn. De meeste straten en wegen zijn heel lang en recht. In het begin vergt het wel enige oefening, maar daarna is het ‘a piece of cake’.

Symmetrie vind je overal, niet alleen in de plattegrond van de stad. Ook in de vele noodtrappen die netjes gedrapeerd langs de vele appartementencomplexen zijn geplaatst. Of in de ontwerpen van de grote gebouwen en bruggen. Mijn stappenteller geeft aan dat ik per dag gemiddeld bijna 19.000 stappen heb gezet. Dus durf ik wel te zeggen dat ik veel heb gezien. Vandaag en gisteren ben ik gaan fietsen. Gisteren van Manhattan naar Brooklyn over de Brooklyn Bridge, vandaag vanuit ‘mijn buurtje’  in Brooklyn naar Chinatown over de Manhattan Bridge. Ik heb bijna geen enkele bocht hoeven maken. Alleen maar rechtdoor. Wel zo makkelijk, zeker als je bedenkt dat beide bruggen een klein doch merkbaar stijgingspercentage hebben. Als je daarna dan nog de weg moet zoeken en allerlei kleine kronkelwegen door moet, ben je gauw klaar met fietsen. Zeker met een warm zonnetje op je gezicht.

Dat de stad nooit slaapt is een understatement. 24/7 gaat het leven door, van deli’s of supermarkten die open blijven tot het gemotoriseerde en voetgangersverkeer dat zich een weg door de straten slingert. Of de metro’s die bijna nooit leeg zijn. Bedenk daarbij dan het geronk van motoren of de gillende sirenes van politiewagens, brandweerauto’s of ambulances. Of het geraas van de metro’s die je door de roosters in de straat hoort. Het hoogtepunt van de kakofonie vind je op meestal op een vrijdag of zaterdag, in de buurt van Times Square/42nd street.

Afgelopen zaterdag ben ik de hele dag op stap geweest met een Instagramwalk, de #THETAKEOVER_nyc. Een ‘spontaan’ georganiseerde wandeling van fotografen of fotoliefhebbers die op Instagram zitten. Met een groep van ongeveer 150 mensen vanaf Columbus Circle naar Madison Square Garden wandelen, socializen, lachen en foto’s maken. Just having fun! Wat vond ik dat een ervaring, geweldig! Leuke mensen ontmoet, makkelijk en gezellig in de omgang en zo divers. Van een assistente die voor een makelaar in onroerend goed werkt, tot een ICT-applicatiebeheerder van het juwelenconcern Tiffanny & co. De meeste deelnemers kwamen uit New York en andere delen van de VS, een enkeling uit Europa, zoals ik.  Toen we op een gegeven moment vanaf Eighth Avenue het theaterdistrict en vlakbij Times Square waren beland, stond het verkeer gewoon muurvast. Vier rijen dik en iedereen maar toeteren en al die mensen die maar erdoor heen wilden lopen. En dan te bedenken dat er een blok of twee verder ook nog een grote demonstratie aan de gang was. Het leek wel een chaos.

Nu ik dit schrijf, zit ik redelijk rustig in een koffietent op Bleeckerstreet in Greenwich Village. De drukte van de stad is buiten. Terwijl de muziek zachtjes klink zitten om me heen allerlei mensen met een kop koffie of een andere versnapering. Sommigen met een laptop, anderen met vrienden. Gewoon een beetje reuring. En de hectiek van de stad gaat gewoon door. Het loopt ogenschijnlijk zelden uit de hand. Misschien is het de regulatie van de symmetrie die de stad op orde houdt? Wie zal het zeggen. Maar ik weet nu al dat ik het enorm ga missen.

Klik hier voor de foto’s. Voor de Instagrammeet, check #THETAKEOVER_nyc op Instagram.

Architectuur in de stad – versie 2

Denk je aan New York, dan denk je meestal aan wolkenkrabbers. Als je vanaf de Brooklyn Bridge naar de skyline kijkt, zie je ook waarom. ‘But there’s more than meets the eye.’ Van de week liep ik rond in het gebied waar ooit de Twin Towers stonden. Dat alleen al vond ik best bijzonder. Het was in ieder geval ook belachelijk druk. Niet zo gek in een stad die vorig jaar nog door 56,4 miljoen (!) bezoekers is bezocht. Waar je ook kijkt, loopt of gaat zitten, alleen maar mensen. Veel mensen. Die slenteren. Of die selfies maken bij the New York Stock Exchange. Of die zich met een beker koffie in hun hand naar het werk begeven. En auto’s. Veel auto’s. Ik werd bijna doof van een naderende brandweerwagen die zich rond spitstijd met loeiende sirens een weg probeerde te banen naar ‘a few blocks away’. Ik dacht toen: “Dat geluid hoorde je destijds constant.” En dan al die mensen in paniek, schreeuwend om hulp. Rook en vuur. Chaos is dan eufemistisch uitgedrukt.

Veel New Yorkers kunnen nog steeds moeilijk over 9/11 praten, ondanks het typische rasoptimisme van Amerikanen. Men kijkt liever vooruit. En dus wordt er volop gebouwd of verbouwd en staat op de plek waar ooit twee torens stonden nu één grote toren, het One World Trade Center. Een echte wolkenkrabber, maat tot aan de hemel, als een baken voor verdwaalden, aangespoelden en de miljoenen toeristen die Manhattan bezoeken. Het baken trekt velen, inclusief mezelf, en van ver of dichtbij blijft het een indrukwekkend gezicht.

Een groot verschil tussen Brooklyn en Manhattan is dat je in eerste gebied niet bang hoeft te zijn voor een stijve nek. Daar is veel meer laagbouw en kun je bijna alles op ooghoogte bekijken. In Manhattan kun je bijna niet anders dan de hele tijd omhoog kijken. Alles is groot en hoog. Qua stijl van gebouwen vind je er van alles. Het ene moment denk je dat je op een filmset van the Matrix bent beland, het andere moment zou je ook net zo goed in Parijs kunnen zijn.

Een van de mooiste en indrukwekkendste Beaux-Arts gebouwen vind ik het Grand Central Terminal op 42nd Street. Dankbaar object voor toeristen, fotografen, filmmakers (o.a. van The Fisher King, Men in Black) en ook hier weer heel veel reizigers, ongeveer 700.000 per dag.

Maar lelijkheid trekt soms ook aan. Hoewel het niet in mijn bedoeling lag, stond ik voordat ik het in de gaten had ineens op Times Square. Ik weet niet hoe het is gekomen dat het gebied er nu zo uitziet, maar het lijkt nog het meest op het product van een gecrashte computer. De gebouwen lijken zonder enige logica te zijn geplaatst. En iedere gevel is ruimschoots voorzien van allerlei verlichting, geen enkele plek is onbenut gebleven. Ik vraag me af hoeveel energie dit relatief kleine stukje Manhattan per jaar kost. Misschien loopt het wel in de miljoenen, net als het aantal lampjes dat brandt.

En ook hier weer duizenden paren ogen, omhoog gericht naar de lichtjes en gillende reclames. Al die mensen met hun verhalen. En al die gebouwen met hun historie. En al die auto’s onderweg. Tezamen vormen ze de architectuur in de stad. En niet alleen maar die wolkenkrabbers :-).

Klik hier voor de foto’s .