Walk on the wild side

Deze keer een post van mijn supervrouw, voor deze keer gastblogger. In de tweede week van mijn verblijf in New York heeft zij mij vergezeld. Zij houdt erg van Lou Reed. En omdat New York de plek is waar hij zijn roots heeft liggen, kon het niet anders dan dat ze over hem een stukje ging schrijven. Of liever over waar zijn eventuele opvolgers zijn gebleven na de komst van  steeds meer projectontwikkelaars in de stad…

Gentrification Vroeger was het wonen in oude stadswijken iets voor arme mensen. Wie genoeg geld had, vertrok naar een schone groene buitenwijk. In New York was dat ook zo. Tot in de jaren tachtig waren de nu zo populaire delen van Manhattan vies, vervallen en verre van veilig. Wel hadden wijken als Chelsea, Greenwich, Soho en East Village een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, kunstenaars en muzikanten. Zoals Lou Reed, inmiddels overleden aan de gevolgen van een leven vol rust, reinheid en regelmaat.

Lou Reed woonde als kind op het schone groene Long Island en verdween in zijn tienerjaren regelmatig naar de grote stad, op zoek naar drugs en andere gezelligheid. Zijn ouders werden er wanhopig van en hebben hem uiteindelijk aan elektroshocktherapie onderworpen. Of dat geholpen heeft, laten we in het midden. Zelf had Lou in ieder geval een helder beeld van hetgeen hem van de ondergang gered heeft: rock ’n roll en de Velvet Underground. Een obscuur bandje waar niemand naar wilde luisteren en dat tijdens optredens regelmatig van het podium gehaald werd omdat het publiek het niet om aan te horen vond.

De muziek van de Velvets was minimalistisch en de teksten van Lou Reed waren schokkend voor die tijd. Al eind jaren zestig, begin jaren zeventig schreef hij over hoeren, junks, dealers, travestieten en andere marginalen die op straat rondhingen en soms een thuis vonden in de Factory van Andy Warhol.

Voor die mensen is in het huidige New York weinig plaats, simpelweg omdat ze het leven in de grote stad niet meer kunnen betalen. Het wonen in de oude stadswijken is van iets voor armen veranderd in iets voor rijken, en het aanbod en de prijzen zijn langzamerhand in overeenstemming gebracht met de vraag. Gentrification noemen ze dat. In Chelsea, Greenwich, Soho, East Village en de Meatpacking District vinden we nu dure winkels, gallerieën en biologisch-dynamische food markets. Op de terrassen van de trendy restaurants en barretjes kost het goedkoopste biertje acht dollar.

Waar de kleurrijke personages van Lou Reed tegenwoordig uithangen, weet ik niet. Vertrokken naar een schone groene buitenwijk? De grote schrijvers, kunstenaars en muzikanten van de toekomst zie ik ook nergens. Maar dat komt doordat ik ze nog niet ken. Ze zijn natuurlijk gewoon om me heen. Ergens tussen al die mensen in de metro’s, parken en bruisende straten van het nooit slapende, energieke, creatieve, rauwe en verrassend vriendelijke New York. Op weg naar de studio of één of andere Factory…

Klik hier voor de foto’s.

Koffie en andere gewoontes

Vandaag ga ik een bekentenis doen. Ik ben soms een ontzettend gewoontemens. Ondanks dat routine en sleur mij snel vervelen, is er een ritueel waar ik bijna niet van afwijk. Zelfs niet als ik met vakantie ben. ’s Ochtends na het opstaan een kop koffie of espresso. Met een bakje magere yoghurt, muesli of havermout. En daarna een glas thee. Voor mij geen uitgebreid ontbijt met brood, croissants, gebakken eieren, toast of jam. Maar simpelweg drie dingen. Zelfs in mijn Airbnb appartementje hier. De supermarkt is twee blokken verderop, dus boodschappen zijn zo gehaald.

Terwijl de verleiding groot is om buiten de deur te ontbijten of iets te gaan halen. Mogelijkheden genoeg. De talloze deli’s in de buurt bieden toast met gebakken eieren aan. Of bagels met creamcheese in alle soorten en smaken. En vers gezette filterkoffie. Verderop zitten een paar kleine en gezellige ‘coffee-houses’, gerund door hipster jongens en meisje die met alle ernst van de wereld, een ‘Latte-macchiato, decaf, fatfree milk, no sugar and to go’ voor je maken. Of een espresso waarbij ze ook home-made ‘pumpkin bread’ of ‘Danish’ verkopen.

Voor onderweg heb je uiteraard ook de Starbucks. Die voor de gratis en open Wifi ook handig is als je door de stad zwerft. De keten zit echt overal, zowel in Brooklyn als Manhattan. Erg populair, dus wachtrijen zijn gegarandeerd. Het snelste, maar tegelijkertijd niet de lekkerste, haal je koffie bij een van de honderden koffie annex hotdogkarretjes langs de straten. Wie kent ze niet?

Nu ik hier bijna drie weken zit, drink ik meer koffie dan dat ik thuis doe. Waarschijnlijk heb ik meer behoefte aan cafeïne omdat ik veel onderweg ben, in de metro of verre stukken lopend in de stad. En dan komt ‘coffee or macchiato to go’ erg makkelijk uit. En dus loop ook ik, net als vele andere New Yorkers, nagenoeg iedere dag met een kartonnen beker op straat. Al dan niet met iets te eten erbij.

Ik zei het al eerder, ik ben soms echt een gewoontemens.

Klik hier voor de foto’s.

Coney Island Baby

Stel je eens voor dat iemand zo ontzettend verliefd op je is. En zo in de ban is van jou. De adoratie is zo groot dat je evenbeeld op een medaillon wordt gezet. Niet veel later wordt dat beeld als basis gebruikt voor een gigantisch grote sculptuur die als blikvanger moet dienen voor een nog groter lunapark dat Dreamland heet. Romantische fictie? Nee, echt gebeurd.

William H. Reynolds, een Amerikaanse senator, vatte tijdens een verblijf in Venetië, een hoofse liefde op voor een vrouw die in hetzelfde hotel logeerde als hij. Ze wisselden geen woord met elkaar, maar hij volgde al haar gangen. Op een dag was ze verdwenen maar nooit is ze uit zijn gedachten verdwenen… Lees verder

Only the lonely

Na een week in mijn eentje en daarna een week gezelschap van mijn lief ben ik vanaf vandaag weer alleen. Als twee sentimentele en snotterende tutten hebben we gisteren afscheid van elkaar genomen en heb ik haar op de metro richting JFK Airport gezet. Ook al wonen we een lange tijd samen, nu voelde het als tijdelijke visite die je pas over een jaar of tien weer gaat zien.

Natuurlijk is het niet zo bijzonder, alleen op reis naar een grote stad. Ik ben een van de vele duizenden, zo niet miljoenen die dat hebben gedaan of nog gaan doen. Dus ben ik vandaag in mijn eentje naar het geweldige en grote Metropolitan Museum of Art geweest. Vooral groot en nog meer dan dat, veel. Alsof alle kunst van de laatste paar eeuwen van over de hele wereld in één gebouw is gestopt. Ik heb geprobeerd mij te beperken tot schilderijen en sculpturen uit de 19de en 20ste eeuw en tot de Contemporary en Modern Art, van zowel Europese als Amerikaanse kunstenaars. Gauguin, Hopper, Monet, Van Gogh, Picasso, Lichtenstein, de Kooning, Moore, Giacometti, ‘you name it’. Ze hangen of staan er allemaal. In de ruim drie uur dat ik er rondliep viel ik van de ene verbazing in de andere. De doeken spatten werkelijk van de muren af en de beelden lijken ieder ogenblik uit hun eeuwige slaap te ontwaken, zo levendig staan ze erbij.

‘The MET’ ligt aan Fifth Avenue, aan de rand van het beroemde Central Park in ‘the Upper East’ van Manhattan. De chique wijk met portiers voor de grote en luxe appartementencomplexen en vijfsterrenhotels. De buurt ademt luxe en weelde uit. Op straat zie je opgedofte dames met geföhnd haar, in pakjes van Chanel en heren met gladgestreken haren en nog gladdere pakken. Fifth en Madison Avenue lopen als twee levensaders door de wijk, van belang voor de rijken der aarde vanwege de exclusieve juweliers, designer kledingwinkels, boetiekjes, brasserieën en haarsalons die zich aan deze lange lanen bevinden.

In plaats van de metro terug te nemen richting ‘downtown’, ben ik vanaf het museum via Madison Avenue naar East 42nd Street gaan lopen. Voor wie de stad kent, dat is ongeveer veertig blokken. Onderweg kom je van alles tegen. Een filmset waar ze een commercial aan het opnemen zijn, jongens en meisjes die snel kwebbelend in hun smartphone een drukke straat oversteken. Maar ook zwervers en daklozen die zittend en soms liggend op de grond, met een handgeschreven kartonnen bord vragen om hulp of geld. Voor eten of een plek om te slapen. Toeristen en inwoners lopen ogenschijnlijk onverschillig door en negeren de roep om hulp. Hoe meer ik ‘naar beneden’ loop, hoe meer de stad mij als vervreemdend overkomt. Het is spitsuur met tientallen ‘yellow cabs’, zwarte SUV’s, stadsbussen, vrachtwagens, een zeldzame fietser en grote, donkere sedans met chauffeurs. Die geduldig wachten totdat hun baas of bazin de laatste mode van Caroline Herrera, Chloë of Alexander McQueen heeft ingekocht. De gebouwen worden steeds hoger en groter. De weerspiegeling van de glazen torens, de eentonige blik van de meeste mensen en het constante lawaai geven het straatbeeld bijna een surrealistische aanblik.

Of het was mijn trek die maakte dat ik een beetje duizelig werd, of de massa van de dichtbebouwde straten, de vele mensen en het drukke verkeer. Ineens voelde ik me een beetje eenzaam. Nu zit ik een Deli & Salad Bar aan Madison Avenue dat gevoel van me af te schrijven, terwijl ik net een bakje voer van het een of ander naar binnen heb gewerkt. De radio speelt ‘All of Me’ van John Legend en ‘I have nothing’ van Whitney Houston, twee favoriete nummers. Het gaat gelukkig weer beter.

Ik vermaak me echt prima in mijn eentje. En als je dat wilt, zijn de meeste mensen hier altijd wel in voor een praatje. Natuurlijk was het ook heel gezellig dat ik samen met mijn lief nieuwe herinneringen aan New York heb kunnen maken. Maar nu is het ook goed. En in deze miljoenenstad zijn veel mensen in hun eentje onderweg. Ik kijk erg uit naar mijn laatste weekje hier want er is nog zoveel te doen en te zien. Maar soms komt het allemaal even op me af.

Als afleiding ga ik denk ik maar naar de film of een biertje pakken. In mijn eentje.

Klik hier voor de foto’s.

Ik selfie, dus ik besta

Het vastleggen op beeld van iets wat je hebt meegemaakt of hebt gezien en dat delen met anderen, is iets van alle tijden. Maar liever nog dan mezelf op beeld vast te leggen, observeer ik hoe anderen dat doen. Niet om te gluren, maar het ouderwetse mensen-kijken blijft toch een aangename bezigheid. Als goedbedoelende amateurfotograaf kan ik hier mijn hart ophalen. Zoveel te zien, zoveel bijzondere mensen, zoveel mooie vergezichten en interessante details.

Het reguliere ‘kiekjeswerk’ probeer ik zoveel mogelijk te voorkomen. Gewoon, omdat ik daar niet zo van hou. Dus geen Debbie bij de Brooklyn Bridge, en ook geen Debbie die net een hap neemt van haar soulfoodschotel in Harlem, breed lachend met een fried chicken half uit haar mond. Daarbij is het ook onhandig om steeds maar een foto van jezelf te laten nemen als je alleen reist.

Een selfie met m’n mobieltje, zeg je? Ja, dat zou kunnen. En eerlijk toegegeven, ik kan het ook niet altijd laten om ze te maken. Ook al vind ik dan altijd dat de foto net niet goed genoeg is genomen of dat mijn duckface meer lijkt op een echte eend dan op een vrouw van de wereld.

Sinds de uitvinding van de smartphone en daarna de selfie-stick (klinkt als een doe-het-zelf-joint) zijn selfies niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Ook hier in New York City worden de hengels in groten getale meegezeuld. Waar je ook kijkt, de ene na de andere persoon staat stil, doet zijn of haar haar goed, kijkt met een zwoele blik naar het mini-scherm en klikt. En niet een keer, maar ze worden in hele series gemaakt. Om ze vervolgens zo snel mogelijk te lanceren op de social media. Alsof je pas bestaat wanneer je evenbeeld op de digitale Wall of Fame hangt. Vergeet je dat een keer te doen, dan vervaagt je beeld en raak je in de vergetelheid. Of erger nog, dan verdwijn je misschien helemaal van het toneel.

Ondanks al onze verschillen denk ik dat we allemaal diep van binnen ons bestaan op deze aarde willen markeren. Om te laten zien dat we bestaan. Straks maar weer een paar selfies maken…

Klik hier voor de foto’s.

Kunst ligt op straat

New York, bakermat en inspiratiebron voor vele kunstenaars, creatievelingen, acteurs, muzikanten en wannabees. Andy Warhol, Bob Dylan, Lou Reed, Debbie Harry, Patti Smith, Notorious Big (†), Jay-Z, Anne Hathaway, Robert de Niro. Teveel om op te noemen. De laatste twee zie ik hier trouwens regelmatig voorbij komen op billboards vanwege een film die nu draait, The Intern. Maar dat even terzijde.

Als je naar kunst of een andere bron van expressie wilt kijken of luisteren dan is hier natuurlijk genoeg te doen. Beroemde en grote musea te over. Talloze galerieën en expositieruimtes in Chelsea of the Meatpacking District of gelegenheden waar ‘live’ muziek is. Of kijk gewoon eens in de rondte. De stad en haar bewoners vind ik al een kunstwerk op zich.

De grote pakhuizen en fabriekspanden waarin ooit allerlei soorten vlees werden verhandeld, zijn inmiddels omgebouwd tot dure modewinkels van vooraanstaande designers, coole nachtclubs, barretjes en franse bistro’s met dure wijnen op de kaart. En over kunst gesproken, hier begint ook de beroemde High Line, een tot stadspark omgetoverd spoorwegviaduct. De tuinen en plantsoenen hier zijn ontworpen door de Nederlandse landschapsontwerper, Piet Oudolf. Verheven boven het drukke verkeer van de stad waan je je tijdens een wandeling op de High Line even in een andere wereld. Prachtig!

Grenzend aan de Meatpacking District vind je het Gallery District van Chelsea en Chelsea Market, een walhalla voor eetfanaten. Na een flinke wandeling hebben we ons tegoed gedaan aan een aantal lekkernijen in the Lobster Place. Ik kan eigenlijk met geen pen beschrijven wat je daar allemaal kunt krijgen en hoe het daar aan toe gaat. Oké, een woord dan: ver(s)makelijk!

In strak ontworpen galerieën zagen we de ‘hip and happening people’ zich vergapen aan halve hoofden van brons of aan kleurrijk ‘geklodder’ op doeken zo groot als muren. Of aan een kleine video-installatie waarbij de kunstenaar – Mishka Henner-  tientallen youtubefilmpjes als één opname heeft gemonteerd. Je ziet en hoort daarop een  grote variëteit aan mensen  ‘I’m not the only one’ van Sam Smith zingen. Klik op de naam van de kunstenaar voor het filmpje. Ik vond het briljant en leuk. En met ‘ons’ bedoel ik mijn supervrouw en ik. Zij is sinds afgelopen maandag gezellig een weekje over en vandaag hadden we een privé stadswandeling met onze Big Apple Greeter Elizabeth Wachenheim. Over haar en deze enorm leuke non-profit organisatie volgt later meer op deze blog.

En over strak gesproken, sommige gezichten van de – voornamelijk vrouwelijke- bezoekers stonden zo stijf van de botox en de chirurgische ingrepen, dat ze als kunstobject niet zouden misstaan in een of andere expositieruimte. Bemiddelde en quasi-intellectuele vijftigplussers, type ‘Sex and the City’, die niet op één of tweehonderd dollar hoeven te kijken. Elizabeth vertelde dat sommige kunstwerken soms wel 500.000 dollar moeten opleveren (met 50% aan commissie voor de galeriehouder). Gelden die bedragen dan ook voor straatkunst, vraag ik me af? Zoals bijvoorbeeld de mooie graffiti die je zowel in Brooklyn als Manhattan kunt zien. Voor de een is het vandalisme, voor de ander kunst. Een vorm van expressie die een belangrijke rol speelt in de hip-hopcultuur en de punk-en new-wavescene van weleer. Je zou het niet zeggen, maar het is hier illegaal om graffiti in de openbare ruimte aan te brengen, op straffe van hoge boetes. Maar wat een waanzinnige sketches, tags en prachtige kleuren. Echt Kunst, die gewoon op straat ligt. Echt mooi.

Klik hier voor de foto’s.

Architectuur in de stad – versie 2

Denk je aan New York, dan denk je meestal aan wolkenkrabbers. Als je vanaf de Brooklyn Bridge naar de skyline kijkt, zie je ook waarom. ‘But there’s more than meets the eye.’ Van de week liep ik rond in het gebied waar ooit de Twin Towers stonden. Dat alleen al vond ik best bijzonder. Het was in ieder geval ook belachelijk druk. Niet zo gek in een stad die vorig jaar nog door 56,4 miljoen (!) bezoekers is bezocht. Waar je ook kijkt, loopt of gaat zitten, alleen maar mensen. Veel mensen. Die slenteren. Of die selfies maken bij the New York Stock Exchange. Of die zich met een beker koffie in hun hand naar het werk begeven. En auto’s. Veel auto’s. Ik werd bijna doof van een naderende brandweerwagen die zich rond spitstijd met loeiende sirens een weg probeerde te banen naar ‘a few blocks away’. Ik dacht toen: “Dat geluid hoorde je destijds constant.” En dan al die mensen in paniek, schreeuwend om hulp. Rook en vuur. Chaos is dan eufemistisch uitgedrukt.

Veel New Yorkers kunnen nog steeds moeilijk over 9/11 praten, ondanks het typische rasoptimisme van Amerikanen. Men kijkt liever vooruit. En dus wordt er volop gebouwd of verbouwd en staat op de plek waar ooit twee torens stonden nu één grote toren, het One World Trade Center. Een echte wolkenkrabber, maat tot aan de hemel, als een baken voor verdwaalden, aangespoelden en de miljoenen toeristen die Manhattan bezoeken. Het baken trekt velen, inclusief mezelf, en van ver of dichtbij blijft het een indrukwekkend gezicht.

Een groot verschil tussen Brooklyn en Manhattan is dat je in eerste gebied niet bang hoeft te zijn voor een stijve nek. Daar is veel meer laagbouw en kun je bijna alles op ooghoogte bekijken. In Manhattan kun je bijna niet anders dan de hele tijd omhoog kijken. Alles is groot en hoog. Qua stijl van gebouwen vind je er van alles. Het ene moment denk je dat je op een filmset van the Matrix bent beland, het andere moment zou je ook net zo goed in Parijs kunnen zijn.

Een van de mooiste en indrukwekkendste Beaux-Arts gebouwen vind ik het Grand Central Terminal op 42nd Street. Dankbaar object voor toeristen, fotografen, filmmakers (o.a. van The Fisher King, Men in Black) en ook hier weer heel veel reizigers, ongeveer 700.000 per dag.

Maar lelijkheid trekt soms ook aan. Hoewel het niet in mijn bedoeling lag, stond ik voordat ik het in de gaten had ineens op Times Square. Ik weet niet hoe het is gekomen dat het gebied er nu zo uitziet, maar het lijkt nog het meest op het product van een gecrashte computer. De gebouwen lijken zonder enige logica te zijn geplaatst. En iedere gevel is ruimschoots voorzien van allerlei verlichting, geen enkele plek is onbenut gebleven. Ik vraag me af hoeveel energie dit relatief kleine stukje Manhattan per jaar kost. Misschien loopt het wel in de miljoenen, net als het aantal lampjes dat brandt.

En ook hier weer duizenden paren ogen, omhoog gericht naar de lichtjes en gillende reclames. Al die mensen met hun verhalen. En al die gebouwen met hun historie. En al die auto’s onderweg. Tezamen vormen ze de architectuur in de stad. En niet alleen maar die wolkenkrabbers :-).

Klik hier voor de foto’s .

In da hood

Prospect Heights/Crown Heights. Een van de vele gemixte wijken in Brooklyn. Voorheen woonden hier vooral veel chassidische joden, tegenwoordig worden ze gezelschap gehouden door vele andere nationaliteiten en mensen met een ander land van herkomst dan de USA. Qua aantal bijna net zo groot als de hoeveelheid gourmet deli’s, eetkotten en take-aways die je hier kunt vinden. Op iedere hoek van elke straat schreeuwt er wel een lawaaierig reclamebord dat je daar de beste ‘beef philly cheese steak’, ‘chicken with rice’ of ‘lamb with vegetables’ kunt krijgen. Best handig als je geen zin of tijd hebt om te koken. Je geeft snel op wat je wilt hebben – ‘beef, stirred, vegetables, no tomatoes, white rice and a diet coke… oh, and add some of that black sauce’ – en in no time heb je een complete maaltijd. De locals maken hier dan ook gretig gebruik van.

Mijn verhuurder had de sleutels van het appartement achtergelaten bij Mustafa, een vriendelijke man van rond de 45 jaar, afkomstig uit Jemen en al 25 jaar eigenaar van Park Plaza Deli. Hij runt ook nog wat andere zaken verderop in de straat. En hij verzekert mij dat het leven in New York beter voor hem is dan in Jemen. Natuurlijk kwam het onvermijdelijke ‘Oh, so you’re from Holland. Amsterdam, right?’ een keer langs. Je moet toch ergens een gesprek mee beginnen.

Boys in da hood De straat waar ik zit is gelukkig niet zo druk. De buurt trouwens ook niet. Een auto waar je overdag op meer dan conversatievolume een hip hop nummer uit hoort komen, is geloof ik het meeste lawaai waar ik tot nu toe van heb mee kunnen genieten. Of van bewoners die voor hun huis op het trapje gewoon zitten te zitten – voornamelijk Afro-Amerikaanse mannen. Een beetje staren of knikken naar voorbijgangers en als het moet schreeuwen ze hun eigen wijsheden naar die ene ‘homey’ aan de andere kant van de straat.

Living apart together De verschillende nationaliteiten leven naast en niet met elkaar. Dat heb ik me door een paar reisgidsen laten vertellen. Een bewijs daarvan leverde een wandeling op die ik gisteren en vandaag in mijn straat, Prospect Place maakte. Eigenlijk is de straat meer een soort lange laan waarlangs hoge bomen staan. Loop je richting het oosten, dan kom je voornamelijk Afro-Americans, Hispanics, Arabs, West-Indians en Chinese people en dito winkels, haarsalons en restaurantjes tegen. En af en toe spotte ik een coole, hippe bar of eettent. Ga je meer richting het westen, dan lopen er voornamelijk blanke mensen op straat. Veel jonge gezinnen met buggies en een verdwaalde bakfiets, met zwoegende moeder en mekkerend kind in de houten bak.

Happy Hour Prospect Park, is voor de ‘Brooklynites’ het equivalent van Central Park dat op Manhattan ligt. Het park ligt aan de westkant van mijn straat en gisterochtend ben ik daar gaan joggen. Een favoriete manier van mij om een nieuwe buurt te leren kennen. Daar stuitte ik ineens op een groot grasveld (maat voetbalveld) met tientallen – blanke- mensen die werden uitgelaten door hun honden. Een grappig en gezellig gezicht. Of zoals een dame met een klein keffertje tegen mij zei: ‘It’s happy hour’. Juist die diversiteit en het niet toeristische gehalte van deze wijk trokken me zo aan.  En iedereen is ‘chill’ hier, geen hype-gevoel zoals je dat hebt als je op Manhattan bent.  Voel me dan ook best happy in da hood.

Klik hier voor de foto’s.

Ready for takeoff

foto-2Nog anderhalf uur dan vertrekt mijn vliegtuig. Mijn koffer is gecheckt en bevindt zich nu hoogstwaarschijnlijk bij de bagageverdeling tussen de duizenden koffers, kinderwagens en sportattributen die wachten om naar een volgende bestemming te worden gebracht. Ik ben klaar om te vertrekken, en dat is deze blog nu ook.

Iets eerder dan de deadline (!) verklaar ik ‘sharetoconnect’ nu officieus online! Op de dag dat ik voor drie weken in mijn eentje vertrek naar ‘the concrete jungle where dreams are made of’ (uit ‘Empire State of Mind van Alicia Keys).  Ik vind het best een avontuur. Mijn omgeving vindt dat ook. Vrienden, familie en collega’s zijn benieuwd naar hoe ik het ga vinden, wat ik daar ga doen. En waarom eigenlijk in m’n eentje? ‘Okay, to be honest’, niet helemaal alleen want in de tweede week komt mijn vriendin een weekje over…

Eigenlijk wilde ik eerst alleen een reisblog gaan bijhouden. Maar gaandeweg ontstond het idee van ‘sharetoconnect’. Wat als ik niet alleen mijn reisverhalen deel, maar ook inspiratie, ervaringen of ideeën die ik opdoe? En hoe kracht van delen succes kan opleveren. Daarover later meer. Nu eerst naar The City of New York, zoals de stad officieel heet. Drie weken lang nieuwe indrukken, foto’s maken en  misschien gewoon een keer liggend in een grasveldje in Prospect Park, Brooklyn naar de hemel staren.

Volg mij via deze blog en je reist een beetje met me mee. Ik ga je niet overvoeren met kiekjes of verhaaltjes, maar kies per dag een bepaald thema uit. Aan de hand van dat thema wil ik foto’s maken. Van die foto’s plaats ik er maximaal vijf per dag onder de tab ‘New York’.  De thema’s die ik tot nu toe heb bedacht zijn divers. Om er een paar te noemen: asymmetrie, chaos, eenzaamheid, diversiteit, LGBTQ, water, koffie. Maar ik kan er nog wel een paar gebruiken.

Misschien heb ook jij een idee voor een thema? En vind je het leuk als dat probeer vast te leggen in een paar foto’s? Reageer dan op deze post. En wie weet zie je je eigen thema een keer voorbij komen in de komende weken. Kijk ook gerust rond op de website en laat me weten wat je ervan vindt.

Intussen kom ik met Alicia alvast in de stemming.

Spanning en avontuur

Het reuzenrad. Een universele attractie die al meer dan 100 jaar mensen bang maakt en doet lachen. In Leiden wordt ie nu opgebouwd, vanwege de kermis tijdens het Leidens Ontzet. Voor de meeste inwoners een feest, voor velen ook een nachtmerrie.  Maar de grens tussen haat en liefde is dun. Net als dat voor vele andere attracties geldt. Alsof je wordt bevangen door een gespleten persoonlijkheid die enorm bang is voor hoogte en snelheid, laat je je toch naar beneden schieten in een vrije val van 90 meter hoog. Op zoek naar spanning en avontuur.

Die twee hoeven niet altijd samen te gaan met grote hoogtes en diepe dalen. Het zelf schrijven en bedenken van een blog is al een avontuur op zich. Je geeft de (onbekende) lezer een kijkje in je gedachten. Een reis naar New York in je eentje levert ook de nodige spanning op. Maar die brengt gelukkig geen (doods)angst met zich mee…

Nog een paar dagen, dan vertrek ik voor drie weken naar the Big Apple. Een persoonlijk avontuur. Het kermisgevoel hoef ik daar niet te missen. Op mijn lijstje staat een bezoek aan Coney Island, de permanente kermis in Brooklyn. Niet dat ik nou echt van de kermis houd. Maar ook daar hebben ze vast een reuzenrad. En dat trekt aan.

Mijn vertrekdatum is tegelijkertijd de zelf gekozen ‘officiële’ lanceringsdatum van deze website. Deze is nog in aanbouw, net als de kermis in Leiden. Wil je weten hoe de site er uiteindelijk uit gaat zien? Of hoe mijn reis verloopt? Volg mij en geef je mailadres op.

Kermis in aanbouw bij Molen de Valk, Leiden
Kermis in aanbouw bij Molen de Valk, Leiden